P E R S B E R I C H T

02-08-2011

Uitsluitingclausule niet voldoende voor wedstrijdleiding kartwedstrijden

Emmen- In 1997 is in het kader van het Nederlands Kampioenschap Karten een kartwedstrijd georganiseerd in Lelystad. Alle deelnemers hebben vooraf een uitsluitingclausule getekend om de organiserende partijen en wedstrijdleiding uit te sluiten van aansprakelijkheid bij een ongeval. Tijdens de wedstrijd is er een ongeluk gebeurd. Nu, 14 jaar later vindt de Hoge Raad dat de wedstrijdleiding de veiligheidsaspecten niet voldoende heeft gewaarborgd en vindt dat ze aansprakelijk zijn voor het letsel.

Het ongeval gebeurde doordat één van de deelnemers aan de wedstrijd op een bepaald deel van het circuit door de bocht heen schoot en op een ander deel van de baan terecht kwam, waar juist een andere wedstrijddeelnemer reed. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij de laatstgenoemde deelnemer ernstig letsel opliep en schade leed.

De wedstrijd werd georganiseerd door de plaatselijke/regionale kartvereniging, onder toeziend oog van Knac Nationale Autosport Federatie (KNAF). Om zijn schade te verhalen sprak het slachtoffer onder andere de wedstrijdleider, tevens organisator, en daarnaast de assistent-wedstrijdleider aan.

Aansprakelijkheid
Na het ongeval bleek dat de wedstrijdleider/organisator en de assistent-wedstrijdleider de wedstrijd hadden laten verrijden op een baan, waarvoor niet alleen geen licentie was verleend, maar waaraan die juist was onthouden. Bovendien bevatte de baan waarop de wedstrijd werd verreden enkele onveilige plaatsen, waaronder de plek waar de veroorzaker van het ongeval op de baan was doorgeschoten en tegen het slachtoffer was aangereden.

Gerechtelijke procedure
De procedure heeft mede zo lang geduurd doordat de wedstrijdleiding een beroep deed op de uitsluitingclausule. In eerste instantie is de zaak via een tuchtprocedure behandeld. Hier werd de wedstrijdleiders verweten dat zij hun werk niet goed genoeg hadden gedaan en op basis van veiligheid gefaald hadden.

Vervolgens is er een civiele procedure gestart door het slachtoffer. De Rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding afgewezen, tegen welke uitspraak het slachtoffer in hoger beroep is gegaan. Het Gerechtshof oordeelde dat de wedstrijdleiding niet aan alle veiligheidsvoorschriften had voldaan en dat er geen beroep gedaan kon worden op de uitsluitingclausule. De wedstrijdleiding is vervolgens in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft onlangs uitgesproken dat het Hof alle omstandigheden van het ongeval bij zijn uitspraak heeft betrokken en dat het Hof dat terecht heeft gedaan. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof terecht geoordeeld dat de wedstrijdleiders geen beroep op de bewuste uitsluitingclausule kunnen doen. De Hoge Raad laat de uitspraak van het Hof dan ook in stand. Daarmee staat thans definitief vast dat de wedstrijdleiders aansprakelijk zijn voor de (letsel) schade van het slachtoffer en dat zij die moeten vergoeden.

De zaak is in behandeling geweest bij mr. Chris de Vos van Houkes Letselschade Advocaten in opdracht van Pals Groep Letselschadespecialisten.